Kapitalisme: noodlot of noodgreep?

Adam Smith schreef in 1776: wanneer ieder zijn eigen belang nastreeft is dat voor de maatschappij het beste. Hij werd daarmee een belangrijke grondlegger van het kapitalisme.

Toch een beetje vreemde gedachte. Stel je zou je kinderen zo opvoeden: denk alleen aan je eigen belang, denk niet aan wat goed is voor het gezin of voor je broertje of zusje of voor je vader en moeder (behalve wanneer het je zelf uitkomt). Nee toch! Ben blij dat de meeste mensen niet zo zijn opgevoed. Hoe kwam Adam Smith dan tot zijn idee?

Laten we eerst wat verder in de tijd teruggaan. Hoe was het toen voor Nederland? Dat bestond nog niet. In 1579 ontstond de Unie van Utrecht van de zeven provincies, haar oprichtingsakte is een soort grondwet. Daarin wordt echter niet gesproken over welvaart of welzijn van haar inwoners. Het gaat het er voor alles om dat elke provincie de vrijheid heeft om zelf haar dingen te regelen. Die vrijheid wordt samen verdedigt, de kosten worden betaald door een belasting (op bepaalde goederen). Ook wordt geregeld hoe onderlinge geschillen worden opgelost. Maar dat is het dan ook.

En ook binnen de provincie was de zorg voor welvaart en welzijn van de burgers vooral een zaak van de steden en de landheren. In de steden speelden de gilden een belangrijke rol, met het regelen van de beroepsopleiding, de onderlinge concurrentie, de onderlinge sociale zorg zoals voor weduwen en wezen. Er was een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het welzijn van de stad en haar inwoners.. Buiten de stad had je de landgoederen met de adel. De eigenaar was verantwoordelijk voor het welzijn van zijn mensen, de een zal dat beter hebben gedaan dan de ander (de zorg van sommige 19e eeuws fabrikanten voor hun werknemers was mogelijk hierdoor geïnspireerd).

Hernando de Soto schetst in The Mystery of Capital wat er daarna gebeurde in Europa. Steeds meer mensen gingen niet in, maar aan de rand van de stad bedrijfjes opzetten. Buiten de stadsgrenzen vielen ze niet onder de regels van de gilden. Maar wel moesten ze hun producten de stad in krijgen of smokkelen. De gilden gingen steeds krampachtiger de belangen van hun leden verdedigen tegen deze nieuwe producenten. Het werd ruig. De Soto schrijft dat in het 18e eeuwse Frankrijk in een periode van 10 jaar 16.000 doodvonnissen werden geveld wegens smokkel en illegale productie. De steden waren steeds moeilijker in staat om te zorgen voor het welzijn van de stad en haar burgers.  In deze context schreef Adam Smith. Hij wilde af van de gilden waar de leden wel aan het belang van hun gildebroeders dachten, maar niet aan al de nieuwkomers met hun bedrijfjes buiten de stadspoort. Zijn perspectief is niet de stad, maar veeleer het hele land. Voor het land zou het het beste zijn als de gilden verdwenen en iedere producent zijn eigen winst nastreefde, dat zou voor de maatschappij als geheel het beste resultaat opleveren. Gezien de ruige context, was het moreel gezien geen gekke en ook niet bij voorbaat verwerpelijke gedachte. Maar het was zoals blijkt bij gebrek aan beter.

De 19e eeuw met de uitbuiting en ellende onder de arbeiders liet zien dat het verhaal van Adam Smith hele kwade kanten had. Dat ieder zijn eigen belang nastreefde had geleid tot bevrijding van de knelbanden van de stedelijke – gilden, maar leidde niet tot een gelukkig land. Er was zo’n 150 jaar voor nodig om helder te krijgen wat voor het welzijn van het land en haar inwoners nodig was. Er kwamen kwaliteitseisen aan producten, regels voor arbeidsomstandigheden, minimumloon, regels voor loononderhandelingen vakbonden – werkgevers, de sociale zekerheid ontstond (met in de zestiger jaren de Bijstandswet en de WAO). Solidariteit blijkt minstens zo belangrijk voor een land, als het nastreven van eigen belang. Het heeft ons anderhalve eeuw gekost om dat niet alleen samen te beseffen, maar er ook samen een werkbare vorm aan te geven.

Van het gemeenschappelijk welzijn van de stad en haar burgers als hoogste streven, ging het via een tussenfase naar het gemeenschappelijk welzijn van het hele land en haar inwoners als hoogste norm of doel. In de tussenfase was er een andere moraal, bij gebrek aan beter geldt het nastreven van het eigen belang. Dat was wel helder.

Iets dergelijks zien we nu weer. In de tijd van globalisering zijn landen veel minder in staat om te zorgen voor het welzijn van het land zelf en haar inwoners. Tegelijkertijd zitten we al enige decennia in een ik-tijdperk. Wat jezelf belangrijk vindt is allesbepalend, niet het gezamenlijk belang. In de economie geldt de vrijhandel en het nastreven van zo veel mogelijk winst als hoogste doel.

De uitdaging is te komen tot een nieuw gemeenschappelijk doel, en daar samen invulling aan te geven: Het welzijn van de wereldgemeenschap en van al haar bewoners.  Of misschien als tussenfase: het  welzijn van Europa en haar inwoners. Hopelijk lukt ons dat sneller en met minder brokken dan de overgang van het stedelijk welzijn naar het landelijk gemeenschappelijk welzijn als doel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s