Negatief onderbuikgevoel dat blijft

De vorige blog ging over (negatieve) onderbuikgevoelens of wrokgevoelens naar bepaalde groepen. Mooi als ze verdwijnen door ontmoetingen/relaties. De wereld is echter lang niet altijd zo lief. Wat als de wrokgevoelens blijven? Ik zie drie “scenario’s”.

Stel ik irriteer me aan gedrag van Marokkaanse jongeren. Zodanig dat bij het woord Marokkaan bij  mij de nekharen al overeind gaan. Maar er gebeurt niets, niemand doet er echt iets aan behalve pappen en nathouden. Een partij die de problemen die ik zie wel duidelijk benoemd, wordt voor mij interessant, ook al is het bij gebrek aan beter. Voor het moment is mijn probleem benoemd. Maar het risico zit op de langere termijn. Want die partij heeft expliciet of impliciet een idee hoe de samenleving er uit moet zien in de toekomst. Is dat wel wat ik wil? (Moslims tweederangsburger maken, de EU verlaten, e.d. kan behoorlijk maatschappij ontwrichtend zijn.) Van belang is dan discussie over het lange termijn perspectief. Dat dus andere partijen er een ander lange termijn perspectief tegenover zetten. Maar wanneer ik daar nu zo over na denk krijg ik geen helder beeld van het lange termijn perspectief van veel partijen, ook niet van de mijne (CDA). Dat is een ernstig gemis en belemmert de broodnodige discussie.

In het tweede “scenario” is de oorzaak van de (negatieve) onderbuikgevoelens, dat men zichzelf achtergesteld voelt, het gevoel heeft tekort te komen, terwijl er bijvoorbeeld wel allerlei middelen worden uitgetrokken om (economische?) vluchtelingen op te vangen. Je hebt dan het gevoel dat je in Nederland, als gemeenschap van mensen, onvoldoende in tel bent; er bij een groot deel van de gemeenschap te weinig betrokkenheid is bij jouw wel en wee.

Het roept de vraag op: wanneer ben ik wel voldoende in tel?

We kunnen ons daar makkelijk van afmaken met te zeggen: we leven in een “ik-tijdperk”, mensen zijn narcistisch en denken gauw tekort te komen, wanneer de wereld niet om hen draait. Van een afstand kun je dat echter niet beoordelen, dan moet je mensen en hun situaties kennen.  Een andere benadering is de volgende:

Veel politieke partijen zijn of waren emancipatiebewegingen (PvdA en de voorgangers van het CDA: KVP en ARP): Tegenwoordig heeft iedereen de mogelijkheid om door te leren en carrière te maken in de maatschappij. Dat je ouders gereformeerd, katholiek of arbeider waren hoeft geen belemmering meer te zijn. Emancipatie geslaagd! Of toch niet? Wat was de verwachting van onze ouders en grootouders die hun energie en offers gegeven hebben voor de emancipatie? Ging het hen er alleen om dat hun kinderen gelijke kansen kregen als die van anderen, en dus hun intelligente kinderen vooruit konden komen? Ik denk dat het onze voorouders niet primair ging om gelijke kansen voor hun slimme kinderen, maar dat al hun kinderen het redelijk goed zouden hebben. Niet alleen kansengelijkheid maar ook meer gelijkheid in de uitkomst. Met nu veel meer mensen (langdurig) in de bijstand dan vijftig jaar geleden, kun je je afvragen of die voorouders zo blij zouden zijn.

Toch nog even terug naar de vraag: “ben ik voldoende in tel?”. Die formulering is typisch voor het ik-tijdperk. Gaat het niet veel eerder om: Hebben we elkaar in tel? Hebben we een plek in elkanders hart? Misschien een lastige vraag. Je kunt zelf wel denken dat je betrokken bent bij allerlei verschillende (soorten) van mensen in Nederland. Maar dat je moet ook checken: ervaren die anderen dat ook zo (en: heb jij een plek in hun hart)? Het lijkt me een intrigerende vraag die heel boeiende gesprekken kan opleveren.

Het derde “scenario” gaat dan over mensen die in hun wrokgevoelens willen blijven zitten en anderen weg willen hebben. Het verpest de sfeer in een gemeenschap. Maar het is ook voor henzelf riskant, want het kan als een boemerang op hen terug slaan, omdat op een gegeven moment de rest van de gemeenschap liever heeft dat die sfeerverpesters zelf weggaan.

Hiermee heb ik  drie situatie besproken. Voor mij levert dat als meest intrigerende vraag : In hoeverre zijn we bij elkaar in tel? Wat mogen we van elkaar over en weer verwachten.

Advertenties

Een gedachte over “Negatief onderbuikgevoel dat blijft

  1. .
    Mensen moeten meer met elkaar praten en niet over elkaar, Elkaar echt leren kennen en naast elkaar gaan staan. Samen werken aan een betere wereld dat is toch ook CDA!
    Afgelopen week was het de week van de Eenzaamheid, heb er niets van gemerkt en deze week is de week van de Opvoeding en kreeg ik hierover een folder in mijn 55 plus woning. Ik snap dit allemaal niet goed.

    LOUIS JE HEBT EEN FANTASTISCH STUK GESCHREVEN EN HET HERLEZEN BESLIST WEER WAARD
    bedankt

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s